|
Eenduidige cijfers over etnisch-culturele minderheden zijn moeilijk te vinden. Dat heeft verschillende oorzaken: - Er zijn verschillende definities voor ‘allochtonen’ of ‘etnisch-culturele minderheden’. Bijvoorbeeld: de ene telt het aantal inwoners met een andere nationaliteit dan de Belgische. Een ander telt daarbij het aantal mensen die via naturalisatie Belg geworden zijn. Sommigen tellen ook de asielzoekers mee.
Lees meer
- Er is geen centraal punt waar cijfers verzameld worden.
De overheid maakt statistieken: de federale, de Vlaamse en de lokale overheid. Ook overheidsinstellingen houden cijfers bij. Bijvoorbeeld de Dienst Vreemdelingenzaken of de VDAB. En private instellingen hebben hun eigen cijfers, bijvoorbeeld universiteiten, onderzoeksinstellingen of bedrijven.
- Sommige gegevens zijn moeilijk te achterhalen. Nergens wordt bijgehouden hoeveel mensen niet-Belgische grootouders hebben. Hoeveel mensen zonder papieren er zijn, is ook niet na te gaan: het gaat per definitie over mensen die niet geregistreerd staan. Ook het aantal Voyageurs. is moeilijk te achterhalen. We weten hoeveel standplaatsen er zijn voor woonwagens maar er zijn meer woonwagengezinnen dan plaatsen. Bovendien wonen vele Voyageurs intussen in huizen.
- Er spelen filosofische overwegingen: moeten we wel onderzoek doen naar etnisch-culturele minderheden? Beklemtoon je daarmee niet teveel dat ze een aparte groep zijn, dat ze anders zijn? Sommigen oordelen dat onderzoek naar etnisch-culturele minderheden meer kwaad doet dan goed.
|