|
De specifieke aandacht van de Vlaamse overheid voor nieuwkomers is nog vrij jong. In 1996 start ze met een onthaalbeleid. Vanaf 2000 wordt dat onthaalbeleid vervangen door een inburgeringsbeleid. Een korte historische schets. Experimenten integratiesectorHet allereerste onthaalproject voor nieuwkomers in Vlaanderen wordt in 1992 boven de doopvont gehouden. Het Gentse integratiecentrum De Poort-Beraber is de initiatiefnemer. Turkse, mannelijke nieuwkomers vormen de doelgroep. Enkele integratiecentra en -diensten elders in Vlaanderen volgen het Gentse voorbeeld. Een onthaalbeleid voor nieuwkomersDe experimenten in de integratiesector wekken de interesse van de Vlaamse overheid. In 1996 erkent de Vlaamse regering in haar Strategisch plan voor het Vlaamse Minderhedenbeleid voor het eerst dat een onthaalbeleid voor nieuwkomers nodig is. Twee jaar later, in 1998, wordt het onthaalbeleid voor nieuwkomers opgenomen in het Vlaamse minderhedendecreet: als één van de drie beleidssporen van het Vlaamse minderhedenbeleid. Doel van het onthaalbeleid: nieuwkomers wegwijs maken en stimuleren om deel te nemen aan de samenleving. Een inhoudelijk kaderDe Vlaamse overheid werkt daarop een concept uit voor het onthaalbeleid. Centraal in dat concept: een onthaaltraject, gecoördineerd door een onthaalbureau. De belangrijkste onderdelen van het onthaaltraject zijn: - een basiscursus Nederlands
- een cursus maatschappelijke oriëntatie
- trajectbegeleiding
Wie is de doelgroep van het onthaalbeleid? Mensen die nog maar pas in Vlaanderen of Brussel wonen, het risico lopen om in een situatie van kansarmoede terecht te komen en een zeker uitzicht hebben op permanent verblijf.
Drie verblijfscategorieën komen in aanmerking: - gezinsherenigers en gezinsvormers
- ontvankelijk verklaarde asielzoekers
- erkende vluchtelingen
Kleinschalige projectenEén ding ontbreekt nog: geld van de Vlaamse overheid om het onthaalmodel overal in de praktijk te brengen. De meeste onthaalprojecten voor nieuwkomers draaien vooral op gemeentelijke middelen. Maar lang niet elke gemeente investeert in het onthaalbeleid. Gevolg: veel nieuwkomers kunnen geen onthaaltraject volgen. Inburgering doet zijn intredeDe grote ommezwaai komt er in 2000. De nieuwe Vlaamse regering doopt het onthaalbeleid om in een inburgeringsbeleid. En ze investeert meteen fors in inburgeringstrajecten. Daardoor vergroot de capaciteit van de bestaande onthaalbureaus. En er komt een reeks nieuwe onthaalbureaus bij. De meeste van de 26 onthaalbureaus werken niet langer voor één enkele gemeente, maar voor een hele regio. De regering bouwt met het inburgeringsbeleid gedeeltelijk verder op het onthaalbeleid: maatschappelijke oriëntatie, Nederlands en trajectbegeleiding blijven de belangrijkste ingrediënten van een traject. En de doelgroep blijft min of meer dezelfde: alleen geregulariseerden komen erbij. Maar de regering legt ook nieuwe accenten: - Inburgering wordt minder vrijblijvend.
- De gemeenten worden nauwer bij het inburgeringsbeleid betrokken.
- Nieuwkomers aan werk helpen wordt een prioriteit.
Een inburgeringsdecreetIn februari 2003 keurt het Vlaams Parlement het inburgeringsdecreet goed. Het decreet legt de doelstellingen en de doelgroep van het inburgeringsbeleid vast. Het beschrijft de inhoud van de inburgeringstrajecten. En het bepaalt welke instanties verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het inburgeringsbeleid. Op 1 april 2004 treedt het decreet in werking. Vanaf dan veranderen een aantal zaken: - Sommige nieuwkomers worden verplicht een inburgeringstraject te volgen. Wie zich daar niet aan houdt, wordt strafrechtelijk vervolgd.
- De doelgroep van inburgering wordt uitgebreid: in principe behoort elke nieuwkomer tot de doelgroep, met uitzondering van asielzoekers in de ontvankelijkheidsfase en mensen die hier tijdelijk verblijven.
- Gemeenten krijgen de opdracht nieuwkomers te informeren over het inburgeringsbeleid en door te verwijzen naar een onthaalbureau.
- Nieuwkomers die aan een traject beginnen, sluiten een contract af met het onthaalbureau. En op het einde van het traject krijgen ze een attest van inburgering.
- De 26 onthaalbureaus fusioneren tot acht: één in elke provincie en één in de steden Antwerpen, Gent en Brussel.
- Minderjarige nieuwkomers worden een doelgroep voor alle onthaalbureaus.
Een nieuw decreet in 2006In 2004 treedt een nieuwe Vlaamse regering aan. Inburgering wordt nog meer dan vroeger een prioriteit. Voor het eerst is er zelfs een minister van Inburgering. Op 12 juli 2006 keurde de regering een reeks aanpassingen goed aan het inburgeringsdecreet (B.S. 9 november 2006). Het nieuwe decreet trad in werking op 1 januari 2007. Het wijzigt het vorige decreet op een aantal punten: - Meer nieuwkomers worden verplicht.
- Administratieve boetes komen in de plaats van de strafrechtelijke vervolging.
- De 'gemeenschappelijke normen en waarden in onze samenleving' moeten meer aan bod komen in de cursus maatschappelijke oriëntatie.
- Nieuwkomers zullen effectief moeten betalen voor het inburgeringstraject.
- De weg wordt geopend naar een resultaatsverbintenis. Nieuwkomers zouden op termijn niet alleen een traject moeten volgen, maar ook een bepaald resultaat moeten behalen: bijvoorbeeld slagen voor een proef.
|