Home > Thema's > Lokaal beleid > Gemeentelijk stemrecht > controverse gemeentelijk stemrecht Friday, September 10, 2010 

Print deze pagina

Het gemeentelijk stemrecht voor niet-Belgen zorgt opnieuw voor controverse

De jongste dagen was er heel wat te doen rond het betrekkelijk bescheiden aantal niet-Belgen dat zich liet inschrijven als kiezer voor de gemeenteraadsverkiezingen op zondag 8 oktober 2006. Het Vlaams Minderhedencentrum vindt het zelf ook jammer dat niet meer niet-Belgen de stap gezet hebben om zich te laten registreren.

 

Concluderen dat daarom het gemeentelijk stemrecht een maat voor niets is geweest is voor ons een stap te ver. Puur principieel is het belangrijk dat iedere burger die hier langdurig verblijft de kans krijgt om deel te nemen aan de verkiezingen op gemeentelijk niveau. In die zin is en blijft de invoering van het gemeentelijk stemrecht voor niet-Belgen een positieve zaak.

 

Halfvol of halfleeg?

 

Bij de grote heisa rond de "lauwe interesse" van allochtonen mogen we niet uit het oog verliezen dat zeer veel burgers van buitenlandse afkomst reeds over de Belgische nationaliteit beschikken. Zij moeten dus aan alle verkiezingen deelnemen en hoeven zich helemaal niet te laten inschrijven.

 

De huidige groep niet-Belgen bestaat voor een groot stuk uit oudere eerstegeneratiemigranten of nieuwkomers (erkende vluchtelingen, geregulariseerden, …) die hier nog niet heel lang verblijven. Een studie over de exacte samenstelling van deze groep kan waarschijnlijk al heel wat verklaren.

 

Net zoals voor mensen uit andere EU-lidstaten zal het voor niet-Belgen van buiten de Europese Unie even wennen zijn aan de nieuwe situatie waarin ze de kans hebben om te gaan stemmen. Wij gaan ervan uit dat de participatie van de niet-Belgen aan de gemeenteraadsverkiezingen gestadig zal toenemen. In die zin zijn de huidige "lage scores" geen afknapper.

 

Het beeld is overigens genuanceerd. De Leuvense burgemeester Louis Tobback bijvoorbeeld schat dat het totaal aantal ingeschreven kiezers van buiten de EU in zijn stad rond de 15 procent zal liggen. "Meer had ik er ook niet verwacht", aldus Tobback in de Vlaamse kranten. "Ik vind het zelfs een succes wanneer je vergelijkt met het bijzonder lage aantal EU-kiezers in 2000." Tobback wil het stemrecht voor niet-Belgen zeker geen mislukking noemen.

 

Vanuit Antwerpen meldt de schepen van Bevolking, Erwin Pairon, dat zich daar al 1.429 kiezers van buiten de EU lieten inschrijven. Dat is 12 procent van alle niet-EU-burgers in Antwerpen. "Met 12 procent doen de niet-EU-burgers het zelfs beter dan de vreemdelingen uit de Europese Unie", commentarieert Pairon. "Van hen schreven zich maar 1.260 personen in, of 7 procent. Zes jaar geleden was dat wel nog maar 5 procent."

 

Laten we ook niet vergeten dat de huidige cijfers nog onvolledig zijn. Heel wat gemeenten zullen de inschrijvingen van nieuwe kiezers pas in augustus doorgeven.

 

Te weinig inspanningen?

 

De Leuvense onderzoekers Marc Hooghe en Tim Reeskens willen de scores van de niet-EU-burgers niet zomaar toeschrijven aan een gebrek aan interesse vanwege de migrantengemeenschap. "Met een aantal gerichte beleidsmaatregelen had het percentage geregistreerden veel hoger kunnen liggen", stellen de politicologen. Volgens hen was er een reële drempel omdat geïnteresseerden naar het gemeentehuis moesten gaan om zich te laten registreren. Een punt dat slechts ten dele klopt natuurlijk. In Brussel bijvoorbeeld konden kandidaat-kiezers een formulier, dat ze thuis ontvingen, invullen en terugsturen.

 

Nog steeds volgens Hooghe en Reeskens is er een sterk verband tussen het percentage ingeschreven EU-kiezers en het percentage geregistreerde niet-EU-kiezers in een gemeente. Dit zou erop wijzen dat de manier waarop een gemeente de kwestie aanpakte wel degelijk een rol speelde. In gemeenten waar die inspanning niet gebeurde, werden potentiële kiezers niet gemotiveerd om zich te registreren. "Een gemiste kans", aldus de onderzoekers.

 

Het Vlaams Minderhedencentrum merkt op dat heel wat Vlaamse steden en gemeenten wel degelijk ernstige inspanningen leverden om potentiële kiezers te sensibiliseren en mobiliseren. Een flink aantal steden en gemeenten bestelde de speciale stemrechtfolder die het Vlaams Minderhedencentrum ontwikkelde. Sommige gemeenten pakten zelfs met eigen folders uit.

 

Ook de integratiesector liet zich niet onbetuigd. Naast de concrete inspanningen van het Vlaams Minderhedencentrum waren er tal van initiatieven bij de integratiecentra in Vlaanderen en Brussel. Stemkaravanen, debatavonden, informatiebijeenkomsten enzovoorts.

 

Of een grote Vlaamse promotiecampagne veel verschil zou hebben gemaakt, valt te betwijfelen. In Wallonië en Brussel werden zulke campagnes op poten gezet, maar de resultaten zijn er niet noemenswaardig beter dan de cijfers in Vlaanderen.

 

Wellicht hadden de federaties van allochtonenverenigingen méér kunnen doen? Of inspanningen alleen een kwestie van geld zijn, zoals sommigen aangeven, is lang niet zeker. Er is hard gevochten voor het stemrecht voor niet-Belgen, nadien zou je dan ook iets meer voluntarisme en enthousiasme hebben mogen verwachten van de allochtonenverenigingen zelf om het te promoten.

 

Politieke interesse is over het algemeen (autochtoon of allochtoon) door de tijden heen en over verschillende landen heen niet erg groot. Vaak kunnen ontvoogdingsbewegingen (van vakbonden, vrouwenorganisaties,…) het verschil maken. Eén van de opmerkelijkste vaststellingen in dit stemrechtdossier is wel dat de migrantenorganisaties tegen de verwachtingen van velen in deze rol weinig hebben opgenomen. Wat de verklaring hiervan kan zijn, lijkt ons relevante onderzoeksstof.

 

Misschien waren de allochtonenverenigingen ook wat moegestreden, als gevolg van de hele zure politieke discussie pro en contra gemeentelijk stemrecht?


Ruth Stokx

Algemeen directeur Vlaams Minderhedencentrum

28 juli 2006